Agenda   |  
Zoeken
 
 

 Slotdag Ariënsinstituut: terugblikken en vooruit kijken 

4-7-2016   
 
Studenten, ouders, priesters, docenten en andere betrokkenen bij de Utrechtse priesteropleiding het Ariënsinstituut kwamen op 1 juli bijeen voor de afsluiting van het studie- en vormingsjaar.


Na een Eucharistieviering in de St. Catharinakathedraal met als hoofdcelebrant kardinaal Eijk hield mgr. Hoogenboom een lezing over de R.-K. Kerk en de Europese Unie. De dag werd afgesloten met het vieren van de Vespers en een barbecue. Tijdens de Eucharistieviering vond ook de aanvaarding onder de wijdingskandidaten plaats van een drietal priesterstudenten: Gauthier de Bekker, Niels Koning en Erik Rozeman. In zijn welkomstwoord noemde kardinaal Eijk de afsluiting van het tweede jaar van het Ariënsinstituut mede daarom “een vreugdevolle dag.” Hij benadrukte verder dat “we nog geen dranghekken hoeven te plaatsen, maar dat onze priesteropleiding in Europa geen slecht figuur slaat. En ook voor komend studiejaar hebben zich enkele nieuwe kandidaten gemeld.”

 

In zijn preek stond kardinaal Eijk onder meer stil bij de Evangelielezing, waarin Matteüs op sobere wijze verslag doet van zijn eigen bekeringsverhaal. Het was voor hem ongetwijfeld een beladen moment, aldus kardinaal Eijk, “want hij was een tollenaar en dus een afzetter, een collaborateur met de Romeinse bezetter.”
De Utrechtse aartsbisschop verwees naar het beroemde schilderij dat Caravaggio maakte van dit bekeringsmoment. Daarop is te zien hoe Jezus op de verbaasde Matteüs wijst, terwijl van achter Jezus helder licht op Matteüs valt. “Hiermee drukt Christus inwendig het licht van de Heilige Geest uit dat Matteüs verlicht en hem door de menselijke buitenkant van Jezus laat heen kijken.” Dit innerlijk licht brengt Matteüs ertoe Jezus terstond te volgen. Uitgerekend deze zondaar, want ‘niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken’ zoals in de Evangelietekst staat. Kardinaal Eijk: “Juist voor zondaars is Jezus gekomen, dat is ook de speciale boodschap van dit Heilig Jaar van de Barmhartigheid.”
Ook de wijdingskandidaten hebben dit innerlijk licht waargenomen, aldus de kardinaal. “Je wordt niet geroepen omdat je zo geschikt bent – zie Matteüs – maar omdat God je wil. Bij iedere geroepene is bekering nodig en zelfs constant. Jullie hebben innerlijk licht van de Heilige Geest in jezelf ontdekt en er ja op gezegd. De opname onder de kandidaten voor het priesterschap markeert een stap op weg naar de roeping. Het is ook bedoeld als stimulans om verder te gaan met het toelaten van dit innerlijk licht van de Heilige Geest en Jezus steeds intenser te volgen. Hoe intenser met Hem verbonden, hoe vruchtbaarder je apostolaat.”

 

In het Ariënsinstituut gaf rector Kuipers vervolgens een overzicht van het afgelopen studiejaar én blikte hij vooruit. In het voorbij jaar moest helaas afscheid genomen worden van de congregatie Missionarissen van Christus Leraar. Eén van hen heeft er echter voor gekozen om ontheffing te vragen van zijn tijdelijke geloften en als priesterstudent van het Aartsbisdom Utrecht verder te gaan. Een jaar met daarin verder mooie bijeenkomsten en retraites en als “hoogtepunt ongetwijfeld de diakenwijding van Johan Rutgers.” Hij deed uiteindelijk zijn priesteropleiding op drie locaties en kreeg uit handen van rector Kuipers daarom een ‘samengesteld diploma’ uitgereikt.
Voor komend jaar staat onder meer een aanvullend programma gepland op het gebied van de priesterlijke vorming. “Dat is een gezamenlijk project van de priesteropleidingen van het bisdom Breda en Rotterdam en het Aartsbisdom Utrecht. Een eerste tastbare vrucht van groeiende samenwerking,” aldus rector Kuipers.

 
 

De Utrechtse hulpbisschop mgr. Th.C.M. Hoogenboom hield daarna een lezing over de Rooms-Katholieke Kerk en de Europese Unie. Hij is namens de Nederlandse Bisschoppenconferentie lid van COMECE. Deze Commissie van Bisschoppen van de Europese Gemeenschap (Commissio Episcopatuum Communitatis Europensis) werd in 1980 opgericht om de relatie te versterken tussen de R.-K. Kerk en de Europese Unie. Natuurlijk kwamen in de lezing de plaats, taken en betekenis van COMECE aan de orde, maar ook recente ontwikkelingen in de Europese Unie, zoals het uittreden van het Verenigd Koninkrijk. 

 

In zijn lezing stond mgr. Hoogenboom uitvoerig stil bij de wordingsgeschiedenis van de Europese Unie, waarbij hij met name de fundamentele rol belichtte van enkele rooms-katholieke politici zoals Konrad Adenauer, Alcide de Gasperi, Robert Schuman en Jean Monnet. Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hebben zij bijgedragen aan het bewerken van wat menselijkerwijs onmogelijk leek, namelijk verzoening tussen staten en volkeren; de enige weg om tegenstanders tot bondgenoten te maken en vijanden tot vrienden. Zo hebben deze politici aldus mede de grondslag gelegd voor het vredesproject dat het Europese integratieproces in wezen is. De Europese Unie – zo hield de hulpbisschop zijn gehoor voor – is weliswaar geen religieus project, maar kan alleen maar begrepen worden vanuit het feit dat Europa joods-christelijke wortels heeft. Europa als christelijke waardengemeenschap met als kernbegrip ‘vrede en verzoening’ leidde tot een economische gemeenschap. Maar een economische gemeenschap in de vorm van een gemeenschappelijke sociale markt is ondenkbaar en onhoudbaar zonder gemeenschap van gedeelde christelijke waarden. Fundamentele noties uit de katholieke sociale leer zoals respect voor de waardigheid van de mens die immers is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, de bevordering van het bonum commune (algemeen welzijn), het belang van solidariteit en het organisatieprincipe van de subsidiariteit hebben trouwens een belangrijke plek gekregen in het ‘politieke project’ dat Europa is. Mgr. Hoogenboom verklaarde dat sinds de Tweede Wereldoorlog de respectievelijke pausen het Europese integratieproces altijd hebben ondersteund. Dit deed ook paus Franciscus op 25 november 2014 in Straatsburg tijdens zijn toespraken tot het Europees Parlement en de Raad van Europa. Aan het eind van zijn lezing benadrukte mgr. Hoogenboom het grote belang van de geregelde dialoog van de R.-K. Kerk en christelijke kerkgenootschappen met de instituties van de Europese Unie. Deze is verankerd in Artikel 17 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Verdrag van Lissabon). De Rooms-Katholieke Kerk voert middels COMECE op basis van de sociale leer van de katholieke Kerk en op grond van haar ervaringen, een “kritische en constructieve dialoog” met de besluitvormers binnen de Europese Unie op de verschillende beleidsterreinen. Daarbij gaat het om zaken die zowel de EU als de Rooms-Katholieke Kerk bezighouden, namelijk: de bevordering van de waardigheid van iedere menselijke persoon, de solidariteit met de zwaksten in onze samenleving, een economie die de waardigheid van de menselijke persoon centraal stelt, solidariteit tussen de generaties en met de ontwikkelingslanden, een integrale ecologische benadering van samenleving en economie.



 

Terug