Ariënsinstituut > Mgr. Woorts wijdt Paulus Tilma tot priester

Mgr. Woorts wijdt Paulus Tilma tot priester

De Utrechtse hulpbisschop mgr. Woorts heeft op 5 juni in de St. Catharinakathedraal Paulus Tilma tot priester gewijd. Hij verving kardinaal Eijk, die enkele maanden rust houdt. Mgr. Woorts memoreerde in zijn inleidend woord dat hij de wijdeling al lang kent: “Paulus, je zal 14 jaar geweest zijn toen je mij in de sacristie van Maarssen vertelde dat je priester wilde worden. En … je bent ook nog eens een wijdeling van wie de moeder in blijde verwachting was toen ik zelf in 1992 tot priester werd gewijd, nota bene in dezelfde parochie waar jij nu ook het eerst benoemd bent: te Doetinchem. Toeval bestaat niet, zeggen we dan.”

Onder de concelebranten was ook één van Paulus’ broers: Ignas Tilma, priester van het bisdom Haarlem-Amsterdam. De diakenwijding van Paulus Tilma vond plaats op 7 november 2020, het Hoogfeest van de heilige Willibrord. Zijn priesterwijding op 5 juni viel samen met de gedachtenis van de HH. Bonifatius en gezellen. Mgr. Woorts: “Het kan geen toeval zijn, want ja, als een wijdeling opgegroeid is in Maarssen oftewel tussen Utrecht – waar Willibrord hier vlakbij zijn missiepost ten behoeve van de Friezen had en waar hij de eerste bisschopskerk bouwde – en Breukelen – waar Bonifatius nadien een kerk bouwde toegewijd aan de apostel Petrus – ja, dan moet het zo zijn.”

In zijn preek stond de Utrechtse hulpbisschop dan ook uitgebreid stil bij het leven en werken van de heilige Bonifatius. Net als Willibrord ging Bonifatius eerst naar Rome om de zegen van de paus te vragen, voor hij met zijn missioneringswerk startte. “Dat hadden beide heiligen overigens niet hoeven doen – de Frankische steun was immers genoeg om te kunnen missioneren – maar heel bewust hebben zowel Willibrord als Bonifatius hun missie en daarmee de Kerk in onze streken geplaatst onder het apostolisch gezag van de bisschop van Rome. De Kerk alhier is van meet af aan verbonden geweest, ja, één met de opvolger van Petrus.”
Bonifatius voegde zich als helper bij Willibrord maar bleef niet in Utrecht, aldus mgr. Woorts: “Hij is vooral missionaris geworden van de Germanen, hij werd aartsbisschop te Mainz en pauselijk legaat, kerkhervormer en oprichter van diverse bisdommen in het huidige Duitsland.” Op hoge leeftijd reisde Bonifatius naar de Friezen om hen te bekeren, en dat bleek niet zonder risico: op 5 juni 754 werden Bonifatius en zijn 52 gezellen bij Dokkum door heidense Friezen overvallen en vermoord. Mgr. Woorts: “Het leven van Bonifatius getuigt van de zelfgave van Christus tot op het kruis en die present komt in de heilige Eucharistie, die zelfgave die het leven van elke priester zal moeten typeren met dat ene doel: om in elke tijd weer Christus bekend en bemind te helpen maken, Zijn barmhartige liefde, tot navolging en om anderen tot Zijn Kerk te brengen, in eenheid met de bisschop van Rome. Daarvoor heeft Bonifatius zijn leven gegeven, tot in de marteldood toe. Hij werd ten diepste gedreven door het woord van de apostel Paulus dat God eraan hecht dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen (I Tim. 2, 4), de waarheid die Christus is.”
“De tijd waarin Bonifatius leefde en verkondigde en de Kerk diende is een heel andere dan de onze, maar ook weer niet. Velen kennen Christus en Zijn Evangelie niet en maken geen deel uit van die ene kudde die Heer wil. Jij, Paulus, wordt priester om als medewerker van de bisschop, samen met de andere priesters in het bijzonder van ons Aartsbisdom Utrecht, in persona Christi de Heer present te stellen, in Woord en Sacrament, vooral in het Sacrament van de Eucharistie.”

Voordat het gezelschap zich naar de tuin van de nabijgelegen Nicolaïkerk verplaatste, waar een receptie voor de genodigden werd gehouden, richtte Tilma zich in een dankwoord tot de aanwezigen in de kerk en de mensen die per livestream de viering hadden gevolgd: “Een omhelzing, een knuffel, een hand geven: het zit er vandaag even niet in,” zo zei hij. “Dat is jammer, maar die tijd komt wel weer. Wat ik wel kan geven, is de zegen. De neomistenzegen, een omhelzing van God. Zo mogen we met elkaar weten dat God ons liefheeft, dat Hij ons telkens nabij is, waar we ook gaan en staan. Dat is een zegen. Dat je even herinnerd wordt, als een omhelzing en iemand zegt: ik hou van jou en ik blijf bij jou. Die zegen wil ik straks van harte geven en ook wens ik die zegen toe aan iedereen thuis. Maak er een feest van, vandaag. We kunnen gelukkig op deze dag van versoepelingen een receptie houden en ik ben blij dat we elkaar even kunnen ontmoeten.”


Paulus en zijn broer Ignas Tilma


Paulus krijgt van de studenten van de priesteropleiding het Ariënsinstituut een stola